‘Alles voor de tuin’ de 1e vertelmiddag op 1 april bij Buitenzorg              

Gelukkig waren er veel mensen, die doorhadden dat 1 april geen grap was en zijn in grote getale naar Tuinpark Buitenzorg gekomen om het feestelijke begin mee te maken van hun 100 ste tuinseizoen. Met koffie, thee en taart stond iedereen te wachten en mee te swingen met de gezellige band ‘toeters en bellen’. Er werden plechtige woorden gesproken en een nieuw/oud banier onthuld en in een vrolijke optocht door vogeldorp gedragen begeleid door de band.

Na het plechtig openen van de gouden poort werd binnen de bondsvlag gehesen en de cheque van 1000 euro overhandigd die met veel enthousiasme werd ontvangen.

Hierna begon de vertelwedstrijd. Voorafgaand aan het vertellen werden blaadjes uitgedeeld waarop alle toeschouwers hun mooiste en/of hun slechtste herinnering aan de tuin konden opschrijven.

De zaal was gezellig ingericht en er stond een prachtige blauwe vertelstoel op een podium. De verhalen varieerden van een dramatisch realistisch verhaal van Wim tot een poëtisch romantisch verhaal van Edith. Sommige verhalen waren uitgeschreven en een ervan zelfs al gepubliceerd in het jubileumnummer van Buitenzorg (kijk op hun website) en andere verhalen werden spontaan verteld. Tussendoor werden de verschillende goede en slechte herinneringen voorgelezen en de middag werd afgesloten met de oproep om nog meer verhalen te gaan vertellen en ook naar de andere vertelmiddagen te komen.

Shreyas de Jong
Oud Bestuurslid algemeen Bond van Volkstuinders

Ingestuurd verhaal

Hoe kwam ik tot een volkstuin? 

50-er jaren: opgroeien op een bovenverdieping mèt uitzicht in Amsterdam-Oost was niet slecht. Veel groen in de omgeving, Waterland aan de andere kant van de Schellingwouderbrug en een oma met een vrijstaande huurhuis -wel een bouwval- aan de Amstel met rondom een tuin. Bouwval of niet het was de uitval naar een groene omgeving voor ons naoorlogse gezin.

‘s Zomers altijd fietsend tegen de wind in langs de rivier en ’s winters met de bus om een dood, stijf konijn –kop en poten uitstekend buiten de geruite boodschappentas- op te halen voor de kerststoofpot. Voor de winterperiode werd er elk najaar een kolenkachel met pijp door het huiskamerplafond geïnstalleerd en wij sliepen boven in een zelfgetimmerd bed achter de warme kachelpijp.

Maar het verhaal gaat over de tuin, het gebeuren buiten: opa -boerenknecht- deed de moestuin achter en het bloemenhof voor en oma voerde de konijnen. Opa deed weer de slacht. De zondagse visite kreeg altijd een versgesneden bloemetje mee naar huis.

Alle kleinkinderen mochten in troepen van 4 elke zomer komen logeren en woelden dan de eigengebouwde zandbak om, snoepten van de klapbessen en aaiden de konijnen.

Nicht Nel viel minstens 1x per zomer in de sloot waar de wc op uitkwam en werd vervolgens  krijsend in een tobbe met sop geboend. Ander spelletje was om na het doortrekken van de wc heel hard naar de slootkant te rennen om te zien of jouw spul eruit gulpte. Ik was altijd te laat of het water sneller, dat kan ook.

 Een ander feest was de mattenkloppartij door oma van tapijten die over een enorme balk tussen 2 bomen schoongeklopt werden.

In de pubertijd verwatert het contact met oma. Zij verhuist naar Amstelveen, het vrijstaande huis aan de Amstel wordt onbewoonbaar verklaard. Dag tuin.

70-er jaren: een benedenhuis met tuin in de Staatsliedenbuurt, exclusief uitgegeven aan kunstenaars. Het leek aantrekkelijk maar de buren vonden ‘m eigenlijk alleen goed genoeg om hun carbonadebotjes vanaf het balkon in te gooien. Er huisde een dikke rat in de schuur en een dikke Jordanese benedenbuurman in het benedenhuis ernaast. Eén die alles beter wist en alles van de buren wilde zien. Niks leuke heg of schutting en een eigen beschut plekje.

De tuin werd geen succes. 

80-er jaren: na de verhuizing naar 4-hoog in de Pijp, startte ik eind jaren ‘80. een zoektocht naar een volkstuin, Met een vriendin bezocht ik oa. Buitenzorg, geen idee hoe ik achter het adres gekomen was. We mochten hier en daar een huisje bekijken en wandelden ook langs een bordje Dichter aan Huis. ??? De tuin inkijkend stond daar Simon Vinkenoog in de deur van een klein, schattig poppenhuisje. Slap van het lachen hebben we geen tuin meer bekeken. Simon Vinkenoog, wie had nou gedacht, dat die….?? Jan Wolkers oké, maar hij? We kochten uiteindelijk nergens een tuin, het was allemaal te duur: 4000 gulden paste zeker niet in mijn budget. Nog steeds geen tuin. 

50 jaar later: begin 2000 raakte ik ingeschreven bij Buitenzorg, kreeg ik 2x een tuin aangeboden die niet –sorry foutje- doorging en toen in 2003 dan mijn eigen tuin.

Het toch zo vrolijke Buitenzorg, liet mij werken als een paard in een verwaarloosde tuin met  fruitbomen en bessenstruiken en een teveel aan onkruid. Het heeft mij 10 jaar gekost de zaak te fatsoeneren en nog moet ik opletten dat meneer slak en mevrouw gras de zaak niet overnemen.

Het tuinpark is een minimaatschappij met alles tussen geboorte en dood in. Met liefdes en ruzies, met rare feestjes en verregende middagen, met illegaal vuurtjes stoken, met nog steeds de Groente en Fruittentoonstelling iedere augustus. Met steeds minder recht-toe-recht aan tuinders die door vlottere tuinders vriendelijk tot andere gedachten gekneed worden, met een dreigend teveel aan weggesaneerde Ruigoorders, met uitbundige bloesems in het voorjaar en een dicht bladerdak aan het eind van het zomerseizoen. Met joelende ledenvergaderingen, met steeds mooier wordend algemeen groen en meer nieuwe tuinders die alles nog moeten leren (opkronen wat is dat?).

Inmiddels bezoek ik tuinen tijdens mijn motorreizen door Europa. Ik sta versteld van het aantal tuinen waar waanzinnig hard aan gewerkt wordt & doe daar weer verslag van als de reizende tuinkabouter in de Buitenzorgkrant99.

2017: dit jaar 100 jaar Buitenzorg, we zijn een monument, wat een feest.

Kom kijken en geniet mee! Ik ben er ook. Tuin 80. Ook na alle feesten.

Nina Dirksen, april/oktober 2017