terug

Volkstuinders op Broedvogeljacht?

De Vogelwerkgroep Amsterdam gaat tussen nu en 2009 de broedvogels in Amsterdam inventariseren en roept daarvoor de hulp in van iedereen, die kan en wil meedoen.
broedvogelsDoel van de inventarisatie is om te komen tot de uitgave van een nieuwe broedvogelatlas van Noord-Holland in 2010.
Het project is een initiatief van de Samenwerkende Vogelwerkgroepen in Noord-Holland en Landschap Noord-Holland.
Daartoe is de provincie verdeeld in kaartblokken van 1 x 1 km, waarvan de regio Amsterdam er maar liefst 500 telt. Dus zijn er zo´n 500 vrijwilligers (maar liever meer) nodig die gedurende drie jaren tussen maart en medio juli één of meer kaartblokken willen inventariseren op de aanwezigheid (geen telling) van de in die kaartblokken aanwezige broedvogelsoorten.

Omdat de volkstuincomplexen huisvesting bieden aan tal van vogelsoorten, die daar al dan niet broeden, zoekt de Vogelwerkgroep Amsterdam volkstuinders, die bereid en in staat zijn op vrijwillige basis hieraan mee te werken.
Dat betekent wel, dat zij die belangstelling hebben, enige kennis van onze broedvogels moeten hebben en niet elke watervogel voor drijfsijsie uitmaken, een huismus weten te onderscheiden van een tjiftjaf, het verschil kennen tussen een pimpelmees en een koolmees, een vink en een roodborstje, dan wel tussen een kraai, een roek en een ekster.

Waarom is zo´n onderzoek van belang? Omdat de laatste uitgave van de broedvogelatlas dateert uit 1990 en daarvoor in de tweede helft van de tachtiger jaren werd geïnventariseerd.
En in twintig jaar kan er veel veranderen.
Zo is de huismus, vroeger in Amsterdam het meest voorkomende "pietje," nu in de grote steden vrijwel uitgestorven. Door toenemende verdichtingbouw en nieuwe bouwmethodes en het slopen van vele bosschages uit het oogpunt van sociale veiligheid kan de huismus nauwelijks nog een plek vinden om te nestelen en jongen voort te brengen. Bovendien lijkt het erop dat voor de jongen van deze zaadeters geen of onvoldoende insectensoorten meer te vinden zijn, die de jonkies van de nodige eiwitten moeten voorzien. De jongen van vele zaadeters worden namelijk vooral met insecten gevoerd. Die insecten zijn verdwenen door onder meer de ongezonde stadslucht, het gebruik van allerlei insectonvriendelijke spuitbussen en door toepassing van onkruidbestrijdingsmiddelen.
De nogal slonzige huismus is verhuisd uit de grote stad naar plaatsen elders in ons land, waar het leven onder de vakpannen nog goed is.

Veranderende landbouwtechnieken hebben ervoor gezorgd dat in onze nabije omgeving de broedgebieden van de fuut, de tureluur, de kievit, de veldleeuwerik en de kemphaan en -hen zijn verminderd, verdwenen of verdwijnen.
Nu is het ook weer niet allemaal kommer en kwel, want gelukkig staat tegenover de afname van deze vogels ook een toename van andere soorten. Zo constateert stadsecoloog Martin Melchers een toename van bijvoorbeeld de ijsvogel, de scholekster, pimpelmees, winterkoninkje, boomklever, grote bonte specht en, niet te vergeten, de fraaie herrieschoppende halsbandparkiet, die al enkele jaren met succes bezig is de stad te veroveren. Tegenover Kisten Zimmerman van Het Parool toonde Melchers zich wild enthousiast over een broedende slechtvalk, die zich had genesteld op de schoorsteen van de central Hemweg en daar minder last van de uitstoot zou hebben dan menige Amsterdammer in West en Noord.
Een beetje natuurvriend, en dat is de volkstuinder natuurlijk, zal ongetwijfeld ook een zo groot mogelijke diversiteit aan vogelsoorten in zijn woon- en tuinomgeving waarderen.
Daarom is het van belang te weten hoe vogelrijk of vogelarm Amsterdam in twintig jaar tijd is geworden.
En, om ook nog maar even het eigenbelang te onderstrepen, zou het niet goed zijn om aan de hand van een vogeltelling, te bewijzen dat volkstuinparken onmisbaar zijn voor de instandhouding van een zo groot mogelijke verscheidenheid aan dierlijk leven in en rond Amsterdam?

Vrijwilligers gezocht
De bedoeling is om in de jaren 2005-2009 alle zgn. kaartblokken van 1x1 kilometer in Noord-Holland eenmalig te inventariseren op broedvogels. Het zal duidelijk zijn dat dat voor de regio Amsterdam met ca. 450 kilometerblokken een forse klus is.
Omdat het bekend is dat volkstuincomplexen vaak zeer vogelrijk zijn en dat daar ook veel vogels broeden, doet de Vogelwerkgroep Amsterdam een beroep op Amsterdamse volkstuinders en aankomende volkstuinders zich als vrijwilligers voor die inventarisatie beschikbaar te stellen.

Jan van der Ben, Valeriusstraat 238-I, 1075 GL Amsterdam zal het Amsterdamse project coördineren en wil graag in overleg met de volkstuinkandidaten vaststellen op welke wijze gewerkt kan gaan worden.
Dus vogelminnende volkstuinders, neem contact op met Jan van der Ben, telefoon 020 662 23 04 of mobiel 06 494 24 325.
Mailen kan ook: naar janvdben@planet.nl